Tips en trucs voor het aanleveren van digitale bestanden
Aflopende documenten
Afloop is nodig als je vlakken, foto’s of lijnen tot aan de rand van het schoongesneden papier wilt laten lopen. Je bereikt dit effect door bij het opmaken van het document deze aflopende items over de paginarand te plaatsen (dus niet tegen de paginarand aan). Als het vel wordt schoongesneden wordt de afloop afgesneden en komen de aflopende items tot aan de rand van het papier. Het is net alsof ze ervan af lopen. Als je vooraf je werk niet aflopend opmaakt, kost het geld en tijd om dit te laten herstellen.
De meeste persen en printers kunnen niet aan alle kanten tot de rand afdrukken. De pers of printer zal automatisch 1-3 mm van het beeld afhalen, waardoor een witte rand rond het beeld ontstaat. Plaats geen teksten of beelden aan de rand van het document die je in zijn geheel afgedrukt wilt hebben. Door variaties in de afwerkingsmethode kan het gebeuren dat aan de rand een deel van de pagina verdwijnt (door snijden of vouwen). We adviseren om een marge van 3mm aan te houden.
Beeldresolutie
Voor de beste resultaten:
- scan foto's met 300 dpi op reproductieformaat*
- scan lijnwerk met minimaal 600 dpi tot 1200 dpi op reproductieformaat
- neem geen rasterhoeken en druktekens op in beelden
- controleer met het menu Beeldgrootte in Photoshop of het digitale beeld voldoende resolutie heeft voor het uiteindelijke reproductieformaat.*
Een beeld van 200 dpi kan ook nog een behoorlijk resultaat geven. Of het acceptabel is hangt af van de kwaliteitseis van de ontwerper. De kengetallen die we hier geven leveren het best mogelijke resultaat op. In de meeste gevallen heeft een hogere waarde geen zin. Het verspilt echter wel veel tijd en geheugen. Lagere waarden zullen vaak wel zichtbaar kwaliteitsverlies opleveren. Met name kleine teksten zullen al gauw onleesbaar worden.
* Een uitzondering op deze regel vormen de grootformaat afdrukken (posters e.d.). Bij hele grote producties (beurswanden, banieren, vlaggen e.d.) kan 100 dpi zelfs voldoende zijn. We benadrukken dat de vraag of het resultaat acceptabel is, afhangt van de kwaliteitseis van de ontwerper.
In geval van twijfel kunt u het best even contact met ons opnemen om te overleggen.
Lettertype insluiten in Worddocumenten
Als u bij het opmaken van een worddocument lettertypen gebruikt die wij niet in ons bezit hebben, dient u deze met het document aan te leveren. Dit is belangrijk omdat wij anders geen goede afdruk kunnen maken van uw document.
Als u gebruik maakt van de standaard lettertypen (Arial, Comic Sans, Courier New, Georgia, Microsoft Sans Serif, Symbol, Tahoma, Times New Roman, Trebuchet, Verdana, Webdings, WingDings) hoeft u zich geen zorgen te maken. Mocht u andere (TrueType) lettertypen gebruiken, dan kunt u deze bij het opslaan insluiten in het document.
Dit doet u als volgt: kies in het menu Extra voor Opties... , ga naar het tabblad Opslaan, plaats een vinkje bij de optie TrueType-lettertypen insluiten en klik OK. Als u het document vervolgens bewaart, wordt het lettertype in het document opgeslagen.
RGB of CMYK?
Moet je beelden in RGB of in CMYK aanleveren? Digitale camera’s en scanners maken een digitaal beeld met behulp van RGB-filters. Bij het drukken van kleuren wordt een ander systeem toegepast, waarbij een kleur wordt opgebouwd uit een zekere waarde van de vier proceskleuren cyaan, magenta, geel en zwart (CMYK).
Het zichtbare kleurenspectrum bevat veel kleuren die niet allemaal in RGB kunnen worden vastgelegd. Het computerscherm toont veel kleuren die niet op een papier kunnen worden weergegeven met CMYK. In RGB kun je rijkere, meer verzadigde kleuren maken en worden kleurenfoto’s mooier weergegeven.
Zet daarom RGB-beelden niet om naar CMYK. De computer die de digitale drukpers aanstuurt (de RIP) is zodanig geprogrammeerd dat deze de optimale kleuromzetting kan maken voor de digitale pers.
JPG-bestanden
Bestandscompressie, zoals jpg, kan verlies van waardevolle beeldinformatie geven. Het is aanbevolen dit niet toe te passen en zeker niet meerdere keren achter elkaar op hetzelfde beeld. Vaak komen beelden uit fotoarchieven, van fotografen of van elders of worden gescand als jpg-bestanden, omdat ze sneller kunnen worden overgestuurd en gedownload via internet. In zulke gevallen is het beter zo`n bestand te openen in een beeldbewerkingsprogramma (b.v. Photoshop) en te bewaren als een ongecomprimeerde tiff of eps.
Diepzwart
Voor een diepzwarte kleur op uw afdruk kunt u 40% cyaan toevoegen aan 100% zwart. In plaats van cyaan kunt u ook 40% geel of 40% magenta gebruiken.
Kleine letters
Bij digitaal drukken zijn er soms problemen met erg kleine letters.
Zoals bij conventioneel fullcolour drukwerk kan de combinatie van percentages van proceskleuren dat probleem vergroten. Meerdere factoren spelen een rol bij de vraag of letters wel of niet kunnen worden toegepast, zoals resolutie (bij tekst in een beeld), fontselectie (dunne schreef of schreefloos), kleur, achtergrond, papiersoort e.d. Kleine letters in kleur werken het best als één van de proceskleuren cyaan, magenta of zwart (geel uitgezonderd!) op tenminste 80% wordt ingesteld. Letters worden ook beter uitgespaard als de achtergrond tenminste een percentage van 80% van één van de proceskleuren bevat (geel uitgezonderd).
Maak vroeg en vaak proeven om te controleren of de keuze van fonts een probleem kan opleveren.
Steunkleuren gebruiken
Omdat op een digitale pers alle kleuren worden opgebouwd in CMYK is het niet mogelijk om steunkleuren voorspelbaar te drukken. Veel kleuren kunnen niet worden gedrukt in CMYK. Voor sommige kleuren (zoals bijvoorbeeld fluorescerende en metallic kleuren) moet een compromis gezocht worden. De enige manier om te controleren of een steunkleur goed wordt afgedrukt is door het maken van een proefafdruk.
Als je de steunkleur laat afhangen van wat je op het scherm ziet, wees dan niet verbaasd over verrassingen. Als de steunkleur belangrijk is kan een proefdruk gemaakt worden van een vel met kleurvlakken die de steunkleur benaderen. Op deze manier kan snel de juiste kleur gevonden worden die de steunkleur het meest te benadert.
Volvlakken
Eén van de krachtigste eigenschappen van digitaal drukken is de reproductie van fullcolour beelden. Maar digitaal drukken is iets minder geschikt voor het printen van volvlakken. Vooral midtonen en verlooptinten laten te wensen over. Meestal komt het er goed uit, maar soms ontstaan er banen of andere onregelmatigheden. Deze vlakken reproduceren beter als er ruis of een patroon is toegevoegd met behulp van beeldbewerkingssoftware (b.v. Photoshop). De beste manier om snel te weten of je problemen kunt verwachten, is door vroeg in de ontwerpfase al een proef te maken. De beste verlooptinten maak je door je te beperken tot 50% tintverlopen over een gebied van 20 centimeter of minder.


